maandag 14 december 2015

Bruine Mannen

Precies tien jaar geleden (op 28 november 2005) schreef ik deze 'Bijgedachte' op pagina 2 van De Morgen. Over ethnic profilering. Over racisme. Over de Gentse Politie. En over ons. We zijn tien jaar verder. Er is niet gewoon 'weinig' veranderd. Er is helemaal niets veranderd.


"Bruine mannen" 

Na een avondje stappen met vrienden lopen hij en ik terug naar de auto. Dartelend van steen naar steen, grappend tussen kussen in zien we de donderwolken niet samentroepen boven onze rode Volkswagen. 
Hun auto staat vlak achter de onze, op een lichte helling. "Rijd er niet tegen, hé", lach ik. Maar zoals Murphy dat graag ziet, bolt de auto een paar centimeter achteruit, tegen die van hen. 
De vrouw komt op mijn ruitje kloppen en ik kijk haar lachend aan. We weten immers beiden dat er niets aan de auto scheelt. Een beetje geplaag op zaterdagnacht, daar ben ik best tegen opgewassen.Maar als we onze weg voort willen zetten, werpt ze zich plots voor de auto. "Ik heb de nummerplaat", schreeuwt ze uit. Toch iets geraakt? 
Terwijl ik uitstap om te kijken naar de in maanden niet gepoetste maar intacte voorkant van hun auto, hoor ik de vrouw "Speak English?" boeren tegen mijn gezelschap. Wat ik eerst niet wilde horen, komt nu als een wervelwind op mij af. 'Vuile Turk', 'Terug naar uw land', 'Altijd hetzelfde' en uiteraard de uitsmijter 'Leve het Vlaams Blok'. Zijn stilzwijgen irriteert hen mateloos, dus richten ze zich maar naar mij: "En gij," declameert de oudste, "gij zoudt beter wegblijven van die bruine mannen." 
Murphy heeft het wel voor ons vandaag, want net op dat moment verschijnt Oom Agent in de straat. Opnieuw werpt de vrouw zich voor de auto. "Hij heeft ons aangereden en hij wou vluchtmisdrijf plegen ook." 
Oom Agent twijfelt geen seconde en roept versterking. 

Terwijl ze hem vertelt hoe zij, Johnny en Ronny gewoon stonden te praten toen ze bijna omver gereden werden door "dienen Turk", probeer ook ik de agent van mijn gelijk te overtuigen. Helaas, de allochtoon staat aan mijn kant. 
Ook Agent Blond en Agent Klein komen de scène op. "Wat is er gebeurd?", vraagt de ene gewichtig, maar de vraag was duidelijk niet voor ons bedoeld. Dus vertelt de vrouw voor de vierde keer hoe zij, Johnny en Ronny gewoon aan het wandelen waren toen "dienen bruinen" op hen af kwam razen. Elk woord wordt met de grootste ernst neergepend. Pas als het trio nog wat blikjes bier bovenhaalt om met de agenten te delen, zien Klein en Blond in dat de allochtoon deze keer niet de boef is. 
Na welgeteld twee uur en dertig minuten in de kou worden we naar huis gestuurd met de aanmaning "de volgende keer uit de buurt te blijven". 
"Rustig maar", sust hij mij. "De eerste keer is het erg. Maar daarna word je het gewend."

vrijdag 20 november 2015

Netwerk van Vrouwen tegen Angst

Netwerk van Vrouwen tegen angst / Women against fear / Femmes contre la Peur / Korkuya karsi kadinlar / Mujeres contra el miedo

Wij zijn niet bang. 
Deze superdiverse samenleving is onze thuis en wij aanvaarden elkaar als zusters. 
Wij laten ons niet langer uit elkaar drijven. 
Samen vormen wij front tegen het hokjesdenken en wij-versus-zij. 
Tijd om de haatpredikers van antwoord te dienen. 



Het was niet de eerste keer en het zal niet de laatste keer zijn, maar na de aanslagen in Parijs zijn we in Europa opnieuw wakker geworden in een andere wereld. In de nacht van vrijdag op zaterdag gingen we in Europa collectief door een mallemolen van emoties: Na de eerste schok (‘Paris brûle-t-il?’) kwam de angst (Was dit alles voor vannacht?), dan de verontwaardiging (Had niemand dit kunnen voorkomen?), de woede (Die lafaards!), hoogmoed (Ons krijgen ze niet klein!), het verdriet (129 doden) en daarna opnieuw angst. En die blijft nazinderen. 

"The only thing we have to fear is fear itself" (F. Roosevelt)


Nog voor de zon zaterdag opging, was half Europa door een resem van emoties gejaagd en zag je de angst op sociale media opduiken. Ze nam de vorm aan van woede (‘Ik schiet ze allemaal voor hun kop, die vuile moslims’), ridicule eisen (‘Grenzen dicht! Nu!’), vergeldingsacties (Brand in het vluchtelingenkamp van Calais), ondoordachte uitspraken ('Het is allemaal de schuld van de islam’), en complottheorieën (Een dag voor de terrorismeconferentie in Turkije? Dat kan geen toeval zijn). Maar welke vorm ze ook aannam, het was wel degelijk de angst die sprak.
In eerste instantie richtte de angst zich nog grotendeels op de terroristen, maar binnen de kortste keren breidde die zich uit. Als een koffievlek: van de terroristen naar de vluchtelingen, naar de moslims in Europa, naar alle moslims ter wereld, naar alle mensen met migratie-achtergrond, naar de multiculuralisten, ... Iemand zei zelfs dat het de schuld was van de ecologisten. 
Naarmate de koffievlek zich uitbreidde, liep het met het wij-zij-discours danig uit de hand. Mensen die ik doorgaans verstandig acht knikten instemmend wanneer iemand zei: ‘zij, de moslims die alle Westerlingen haten, ze moeten zich distantiëren’. Aan de andere kant van de tafel ging het dan weer over ‘zij, de hypocriete Westerlingen die enkel rouwen om hun eigen volk’. Aan beide kanten zag ik ook opmerkingen verschijnen in de zin van: “Ze hebben het zelf gezocht (als we hun moskeeën vandaliseren / als er aanslagen worden gepleegd.)" De empathie verdween en de sfeer werd grimmig. 

"Onwetendheid is de bron van alle kwaad" (Plato)



Mijn zus belde me die ochtend. En daarna mijn moeder. En daarna een vriendin. En nog één. En nog één. Allemaal vrouwen die met beide voeten in de superdiversiteit staan. Voor wie multiculturalisme geen ‘lovey dovey’ feestje of het ultieme doel is, maar gewoon de dagelijkse realiteit. Vrouwen die zich niet thuis voelen in de ‘wij’ groep, maar zich ook niet in de ‘zij-groep’ laten dwingen. Overal zien wij hetzelfde discours van haat en angst opduiken. 
Angst, niet zo zeer voor terreuraanslagen, maar wel voor elkaar. En dat is niet verwonderlijk: Al jaren zien wij de evolutie in onze omgevingen: Mensen van verschillende gemeenschappen beperken zich in hun sociaal contact steeds meer tot de eigen ‘gemeenschap’. De kloof neemt toe, persoonlijk contact met iemand die er een andere levensbeschouwing of cultuur op nahoudt wordt steeds minder evident en steeds meer geproblematiseerd. Als er dan toch contact is, gaat het eerste half uur steevast naar het wegwerken van stereotypen (“Ja, jij bent een goeie, maar de rest”, “Bij ons is dat zo, maar bij jullie is dat zo he!” “Ja, ik mag zonder sluier buiten van mijn man”, “Neen, wij vinden overspel niet normaal”, “Hoe komt het dat je zo goed Nederlands spreekt?”... dat soort gesprekken)

Elk in onze eigen omgeving (op het werk, in onze vrije tijd of thuis) voeren wij al jaren strijd tegen de onwetendheid, de stereotypen en de angst. Omdat we begrip kunnen opbrengen voor die ‘angst voor het onbekende’, beantwoorden we steeds dezelfde vragen en protesteren we beleefd wanneer aan tafel een racistische opmerking wordt gemaakt. Meestal tevergeefs. 'The voice of reason' haalt het niet altijd van emotionele wartaal. Vaak voelen we ons moegestreden. Dan worden we onzeker: dan zwijgen we liever en rollen we eens met onze ogen. Ons protest is niet altijd even luid. Als meisjes hebben wij geleerd dat ‘spreken zilver is en zwijgen goud’. Maar genoeg is genoeg.


“We must build dikes of courage to hold back the floods of fear” (ML King)


Het discours in de media, onder mensen op straat en online na de aanslagen van vrijdag heeft ons diep geraakt. Het is nu wel duidelijk dat de mensen met de grootste mond niet altijd het meest te zeggen hebben. Haatpredikers en wij-zij-denkers vormen blok en krijgen de microfoon onder de neus geduwd, terwijl de superdiverse samenleving in stilte lijkt te treuren. De stem van vrede wordt niet gehoord, terwijl de oorlogspraat steeds luider klinkt. Maar niet met ons. 
Tal van initiatieven duiken op: Stille wakes werden georganiseerd in Mechelen, Gent, Antwerpen. De ‘knuffelmoslim’ is opgestaan, overal in Europa nemen burgers het op voor hun medemens. Op zondag 22 november organiseert Hart boven Hard in het NTGent een bezinningsgesprek ‘Wat nu?’, waar wij ook hopen langs te gaan. Want ook wij nemen het heft in handen en vormen een Netwerk van Vrouwen tegen Angst.

“You might as well answer the door, my child. The truth is furiously knocking.” (Lucille Clifton)


Met het Netwerk van Vrouwen tegen Angst willen we vrouwen verenigen die de strijd tegen angst en haat durven aan te gaan. Alleen zijn we misschien de luis in de pels, maar samen kunnen we de beer zijn. Wij laten ons niet langer intimideren door haatpredikers en culturalisten. Zelfs al zijn we ‘de uitzondering’, we zijn niet de enigen die er zo over denken. En vandaag vormen we front tegen het blok van haat en angst.
Binnen dit netwerk willen we vrouwen die geconfronteerd worden met wij-zij denken of de strijd willen aangaan tegen monoculturalisme morele steun laten vinden bij elkaar. Wie even niet meer weet hoe te reageren of van welk hout pijlen maken, kan raad of inspiratie vragen aan andere vrouwen in dit netwerk. De Vrouwen tegen Angst zijn heel verschillend: Sommigen beroepen zich op veertig jaar ervaring, anderen hebben een heel frisse kijk op de zaak. Er zijn vrouwen die dagelijks met racisme te maken krijgen en vrouwen voor wie dit ver-van-hun-bed-show is. Hoe ga jij om met wij-zij-denken? Hoe reageer je op racistische uitspraken van familieleden? Hoe kan je je kalmte bewaren in zo’n gesprek? Misschien word je geconfronteerd met vragen waar je het antwoord niet op kent, maar die de vrouwen in dit netwerk wel kunnen beantwoorden. Misschien word je moedeloos en bang van de strijd. Ook met die gevoelens kan je terecht in het Netwerk.

"Avoiding danger is no safer in the long run than outright exposure. The fearful are caught as often as the bold." (Helen Keller)


Het Netwerk van Vrouwen tegen Angst is er in de eerste plaats om front te vormen en steun te vinden bij elkaar, maar we willen er ook echt mee aan de slag. Wanneer straffe vrouwen de handen in elkaar slaan, is immers heel wat mogelijk. Wij denken aan volgende concrete acties:
  • De onverwachte gast spelen
Wij willen mensen aanmoedigen monoculturele sociale gelegenheden te crashen. Als vrije burgers eigenen wij ons het recht toe te gaan en staan waar wij willen. We hebben geen geadresseerde uitnodiging nodig om ons welkom te voelen, zelfs wanneer we niet (of absoluut niet) tot het doelpubliek behoren. 
  • Persoonlijke getuigenissen
Rationele argumenten en beschouwingen zijn goed en zinvol, maar vallen al te vaak in dovemansoren. Persoonlijke getuigenissen geven mensen een sneller inzicht in de realiteit. Zonder mensen te proberen bekeren tot het ‘multiculturalisme’, willen we mensen tonen dat diversiteit in het dagelijkse leven geen probleem hoeft te zijn. We knopen een open gesprek aan over onze positieve en negatieve ervaringen.
  • Debat opzoeken
Wij gaan de confrontatie aan. Wanneer goedkope haatpraat opduikt op sociale media, in de pers, in praatgroepen, op straat, in onze vriendenkring en bij familie gaan we dit bewust niet negeren. We nemen ons voor empathisch, maar assertief te reageren en stereotypen zo veel mogelijk te bekampen.

Wie doet mee?

donderdag 8 oktober 2015

De Grote Moskee: Geloven in Gent

De Grote Moskee

Bijdrage in 'Geloven in Gent. Plaatsen van het religieuze verleden'


Op 22 september 2015 werd het boek 'Geloven in Gent' voorgesteld in de Sint-Baafskathedraal. Aan de hand van 33 'lieux de mémoire' doet een indrukwekkende lijst van auteurs (waaronder prof. Gita Deneckere, prof. em. Walter Storme, prof. Marc Boone, prof. Thérèse de Hemptinne, Kan. Ludo Collin, ...) het religieuze verleden van de Arteveldestad uit de doeken. 

Ook ik werd gevraagd een bijdrage te leveren over de geschiedenis van de Grote Moskee van Gent: een verhaal dat dringend verteld diende te worden, want over het islamitische verleden van onze stad is amper iets bekend. Nochtans is ook dit religieus verleden erg rijk, zeker dat van de afgelopen vijftig jaar.

Op basis van mijn onderzoek in het kader van Turkije aan de Leie reconstrueerde ik de ontstaansgeschiedenis en de evolutie die de Gentse moskee doormaakte: Van een 'kerk voor moslims' tot een echte 'gemeenschapsmoskee'. 



Een preview:

"Een onopvallende poort in een onopvallende straat in één van de rustigste wijken van de stad. De ‘Grote Moskee van Gent’ lijkt zich wel te verstoppen achter die saaie witte garagepoort in de Kazemattenstraat. Pas wanneer de schoenen uit zijn en je op je sokken de gebedsruimte betreedt, toont de Grote Moskee zich voor wat ze is: de belangrijkste islamitische tempel van Gent en het fraaiste symbool voor de ontvoogdingsstrijd van de Gentse moslims. 

De Grote Moskee is niet de enige moskee in Gent. Ze was niet de eerste en ze zal zeker niet de laatste zijn. Vandaag tellen we ongeveer vijftien islamitische gebedshuizen in de stad, waarvan de meerderheid Turkstalig (net als de meerderheid van islamitische bevolking in de stad). De Grote Moskee van de Kazemattenstraat is daar geen uitzondering op.
Toch heeft de Grote Moskee een bijzondere betekenis voor de migratiegeschiedenis van Gent. Toen ze in 1978 officieel de deuren opende, was ze namelijk de eerste Turkse moskee in België die volledig op kosten van de gemeenschap was aangekocht en verbouwd. In die zin vormde ze dan ook een bron van inspiratie voor andere islamitische gemeenschappen in het land. 
Ook in Gent zelf is de Grote Moskee altijd veel meer dan een gebedshuis geweest: een ontmoetingsplek, voor velen een klein stukje thuis ver weg van huis, bij tijden zelfs een toevluchtsoord, maar ook een plaats voor protest, engagement en solidariteit. Maar bovenal is de Grote Moskee het belangrijkste symbool van de vroege emancipatie van de Gentse moslims.

..."

In de volgende zeven pagina's ga ik verder in op de manier waarop de Gentse moslims sinds de jaren zestig omgingen met het gebrek aan gebedsruimte in het nieuwe thuisland, hoe ze steun vonden bij  hun katholieke 'broeders in het geloof' en tegenkanting ondervonden van stadsbestuurders en buurtbewoners. Maar ook hoe de Turkse gemeenschap van Gent erin slaagde een moskee te kopen en waarom er geen minaretten op staan. Interessante lectuur voor wie meer wil weten over de opkomst van de Islam en de positie van islamitische burgers in België, al zeg ik het zelf.


Geloven in Gent is een prachtig boek geworden en een echt hebbeding voor iedereen die wil pretenderen iets over Gent te weten. Behalve over de moskee, staan er ook bijdrages in over de geschiedenis van de Sint-Baafsabdij, het kasteel van Maaltebrugge, de kerk van Malem, de grot van Lourdes-Oostakker, de voormalige drukkerij Het Volk en het café De Rooden Hoed in Klein Turkije. Om er maar enkele te noemen. 


Gentenaars, haast u naar de boekhandel!





maandag 28 september 2015

Wake up call. Het is nu of nooit voor de migratiegeschiedenis.


Wake up call


20 oktober 1963. Dat was de dag waarop Nazim Arici in België aankwam. Het waren ook de eerste woorden die hij op me afvuurde toen ik hem enkele jaren geleden interviewde. Nog voor ik de kans had gehad de recorder aan te zetten of een vraag te stellen, floepte het eruit. 20 oktober 1963. De dag waarop Nazim van Ankara naar Brussel vloog en met de bus naar de koolmijn van Genk werd gebracht. Zijn leven veranderde voorgoed die dag en niet veel later zou hij zelf het leven van velen veranderen, want Nazim heeft voor Gent en meer bepaald voor de Dampoortwijk een grote rol gespeeld.
Meer dan vijftig jaar later, op 27 september 2015, is hij er ook overleden. Thuis aan de Dampoort in Gent. Daarmee verliest de Arteveldestad opnieuw een hoofdrolspeler in haar migratiegeschiedenis. En opnieuw was ik de eerste en laatste die hem daarover heeft geïnterviewd. 

Sinds de publicatie van 'Turkije aan de Leie' nu ruim een jaar geleden hebben we al afscheid moeten nemen van Martha Lamont (de weduwe van kapper Gilbert), Piet Van Eeckhaut (vooruitziend schepen van de stad Gent), Fahrettin Mustafaoglu (pionier van de migratie uit Istanbul), Koen Bliek (kerkhoekwerker van Rabot) en nu ook Nazim Arici (pionier van de Turkse migratie van Genk naar Gent). Alle vijf waren het mensen die een enorme betekenis hebben gehad voor de Gentse migratiegeschiedenis, maar behalve door mij zijn ze daar verder nooit over uitgehoord.

Herman Pillaert
Halil en Süleyman Alci (jaren 1970)
Nog veel meer mensen hebben hun kennis, ervaring en verhalen over dit onderwerp meegenomen in hun graf en zijn nooit geïnterviewd geweest. Ik denk bijvoorbeeld aan Celal Kubat (pionier van de migratie en één van de eerste voorbidders van Gent), Süleyman 'Berbat' Karakaya (pionier van de migratie en een icoon van Turks ondernemerschap in de stad), Walter De Buck (toen ik hem wilde interviewen was zijn geheugen al te ver aangetast), priester-arbeider Herman Pillaert (de priester Daens van de Turken), dokter Paul Rubbens (initiatiefnemer van het eerste integratiecentrum), de ondernemende broers Halil en Süleyman Alci, mevrouw Anita Van Waeyenberghe (die als tolk verbonden was aan de weging in de wijk Tolhuis)… Ik kan zo wel uren doorgaan denk ik.


Hoog tijd voor een wake up call. 

Beste collega-onderzoekers, studenten, journalisten, historici,

Laat het verlies van Nazim Arici een aanleiding zijn om in gang te schieten. De eerste generatie getuigen van de migratie (of wat ervan overblijft) is op leeftijd gekomen. Hun hoofd zit vol kennis en verhalen, maar ook zij hebben het eeuwige leven niet. Als we ze nu niet uitvragen, voorspel ik u dat we daar later spijt van zullen krijgen. Als er geen ontkennen meer is aan de superdiversiteit die we vandaag eigenlijk al zien, zullen onze kinderen en kleinkinderen willen weten hoe het allemaal begonnen is. Als we hun archief nu niet veilig stellen, hun verhalen nu niet noteren, zullen veel vragen onbeantwoord blijven. Wacht niet tot morgen. Schiet in gang.

De historici van de toekomst zijn u dankbaar.

Walter De Buck en een Turkse stoet tijdens de Dag van de Gastarbeider (1971)

maandag 14 september 2015

Lezingen Turkije aan de Leie

“Ik vrees dat de 21ste eeuw de eeuw van migratie wordt”


Ik hoor het Karel De Gucht zeggen op de radio en ik denk: Eindelijk heeft hij het door. Alleen die ‘vrees’ nog even vervangen door ‘besef’ en we zijn er.


Vorige week heb ik de eerste lezing gegeven in een reeks van twaalf lezingen die ik dit najaar houd over Turkije aan de Leie. Ik kan u niet beschrijven hoe zeer ik me daar nu al aan verkneukel. Het is dan ook mijn favoriete onderwerp: Naoorlogse migratiegeschiedenis. Verketterd door de ene, bij het grof vuil gezet door de ander, maar ik blijf op de barricades staan tot de geschiedenis van de migratie eindelijk 'onze' geschiedenis is geworden. Ik geloof dat het kan. Ik geloof dat het moet. En ik geloof dat het hoogdringend is.


“Een actueel thema”, hoor ik vaak als men mij als spreekster inleidt. Met Turkije als Europalia-gastland, is het inderdaad een ideaal moment om het over het verhaal van de Turkse Belgen te hebben. Maar hoe ‘actueel’ is migratie eigenlijk? Wanneer is migratie eens niet ‘actueel’ geweest? Daarvoor moeten we toch wel heel ver terug gaan in de tijd, me dunkt. Migratie (en dan bedoel ik zowel internationale migratie als verstedelijking) heeft de wereld in de twintigste eeuw grotendeels herschapen en het ziet er niet naar uit dat het in de 21ste eeuw anders zal zijn. 

Dus ja, mijnheer De Gucht. De 21ste eeuw wordt inderdaad (opnieuw?) een eeuw van migratie. En uw vrees daarover is begrijpelijk. Op alle niveaus zijn beleidsmakers en burgers vandaag naarstig op zoek naar antwoorden op de ‘vluchtelingencrisis’ of de (vermeende) ‘massamigratie’. Sommigen denken migratie nog te kunnen tegenhouden, anderen de richting te veranderen, nog anderen hopen er winst uit te slaan en er zijn er ook die hierin de kans zien een nieuw soort samenleving te doen ontstaan. 

Mijn bescheiden bijdrage? Ik wil u graag gerust stellen: we moeten niet in het donker tasten. Migratie mag dan actueel zijn, het is zeker geen recent fenomeen. En het is ook niet de eerste keer dat overheden, buurtbewoners, migranten en hulpverleners op zoek zijn geweest naar antwoorden op vragen rond migratie, integratie en diversiteit. We hoeven niet steeds opnieuw het warme water uit te vinden. We kunnen heel wat dingen leren uit het verleden. En dan vooral hoe het beter kan.


Welke lessen dat zijn, laat ik graag helemaal aan u over. Ik kan u alleen iets vertellen over wat er in de afgelopen vijftig jaar gebeurd en gedaan is. Over de problemen en de wantoestanden, maar ook over naastenliefde en samenwerking, over moed, verlies, ondernemerschap, zelfbehoud en over de effecten die beleidsmaatregelen, premies en bonussen in het verleden hebben gehad. Dat is mijn steentje. De rest draagt u zelf wel bij. 




Voor vragen over lezingen: tinadegendt@gmail.com

dinsdag 23 juni 2015

De Maurice Maréchal Prijs

Open brief aan de heer Resul Tapmaz, schepen van de Stad Gent


Gent, 29 juni 2015


Betreft: Voorstel naamswijziging ‘Samenlevingsprijs’ naar ‘Maurice Maréchal Prijs’


Beste schepen, 
Geachte stadsbestuur,


In november 2015 wordt de vierde Samenlevingsprijs van de Stad Gent uitgereikt aan personen of organisaties die bijzondere inspanningen leveren om het samenleven in diversiteit in Gent te vergemakkelijken. Gelukkig leven wij in een stad waar honderden mensen zich dagelijks inzetten voor hun medemens en het dus niet moeilijk is kandidaten te vinden die in aanmerking komen om een dergelijke prijs te winnen.

Wij hebben echter een kandidaat in gedachten die zodanig buiten categorie valt, dat we vinden dat de Samenlevingsprijs beter naar hem wordt vernoemd dan dat hij hem eenmalig zou winnen. Vandaar ons voorstel om de naam van de Samenlevingsprijs te veranderen naar ‘Maurice Maréchal Prijs’.

We zijn ervan overtuigd dat verdere uitleg voor u niet nodig is? Het werk dat Maurice Maréchal terzake heeft verricht, spreekt voor zich: Zijn jarenlange inzet voor nieuwkomers in precaire situaties, het engagement en de betrokkenheid waarmee hij gezinnen uit alle windstreken in deze stad heeft verwelkomd, zijn inzet om het beleid wakker te schudden (ook toen er nog niemand geïnteresseerd was in “samenleven in diversiteit”) en niet te vergeten het hart dat hij mensen jarenlang onder de riem heeft gestoken.
Maurice Maréchal ging in 2013 op pensioen. In de 36 jaar die hij voor de stad heeft gewerkt, heeft hij duizenden mensen geholpen en gestimuleerd om in diversiteit samen te leven. Zijn inzet was veel groter dan zijn job als ambtenaar hem opdroeg. Hij is een pionier en een bron van inspiratie voor zij die samenleven in diversiteit hoog in het vaandel dragen.

Beste schepen, om al deze redenen zouden wij u willen vragen dit jaar geen ‘Samenlevingsprijs’ meer uit te reiken, maar wel de eerste ‘Maurice Maréchal Prijs’.

Met dank om onze vraag in overweging te nemen, 
Hoogachtend,

Tina De Gendt - Yilmaz Koçak - Erol Hocalar - Patsy Ruyskensveld - Melate Gilanli - Niki Kawther Dhak - Fidaye Hocalar - Fransien Vandeweghe - Mieke Thienpont - Sanela Salkic - Stef Bossuyt - Ourdia Tablout - Hatice Avci - Zehra Özer - Tibor Moczo - Liselotte Sels - Emine Capa - Josefien De Bock - Ayse Palit - Fatih Kat - Hakan Sönmez - Hereke Emin - Melahat Yesildag - Recep Cirik - Johan Vandewalle - Elke Hooyberghs - Peter Bracke - Ayse Koçak - Hugues Vandegehuchte - Elife Elcin - Onay Genctürk - Wim Wabbes - Hatice Karakaya - Rukiye Karakaya - Serap Hüryan - Klaartje Van Kerckem


PS: Maurice, als je dit leest: Sorry dat we je niet verwittigd hebben, maar we vreesden dat je ons initiatief uit bescheidenheid zou dwarsbomen. Ere wie ere toekomt.

woensdag 10 juni 2015

Turkse verkiezingen 2015: Het vraagstuk van de Vlaamse Turken (II)

Het raadsel van de Vlaamse Turken: 

1 onjuiste en 3 nieuwe hypothesen


Hoe komt het dat de Vlaamse Turken AKP-gezinder zijn dan de Waalse en andere Europese landgenoten? In Vlaanderen (Antwerps consulaat) stemde 68 procent van de stemmers voor Erdogan. Overal in Europa (behalve in Lyon) was dat percentage beduidend lager. Ik vroeg hypotheses en ik kreeg er. Op basis daarvan heb ik er zelf drie nieuwe gevonden.

Maar eerst iets over de meest gehoorde hypothese:

“De laagst geschoolde Turken van Europa”


Een hypothese die vaak terugkomt is dat de Turkse migranten in België de laagst opgeleide waren van heel Europa en dat ze daarom meer pro-Erdogan zijn dan de andere Turken in Europa. Ik wil daar graag iets over zeggen, op basis van een aantal bevindingen uit mijn eigen onderzoek en ik probeer het zo vriendelijk mogelijk te formuleren: Dat is bullshit.

Dat idee dat de Turken die naar België migreerden de laagst opgeleide van Europa waren, is volgens mij één van de foutste clichés over onze migratiegeschiedenis. Sterker nog: Het is een idee dat (voor zover ik kan nagaan) gelanceerd is door Vlaamse racisten om alle Turkse landgenoten in diskrediet te brengen. Dat dit argument nu blindelings wordt overgenomen door Turkse progressieven om te verklaren waarom AKP in België zo goed scoort, vind ik om eerlijk te zijn nogal stuitend. 

Het misverstand is gebaseerd op een interessant detail uit het wervingsakkoord tussen Turkije en België van 1964: Hierin geeft België te kennen dat het (in tegenstelling tot buurlanden Duitsland, Nederland en later ook Frankrijk) enkel op zoek is naar ongeschoolde arbeiders en dus geen opleidingsvereisten stelt aan kandidaat-arbeiders. Met andere woorden: België rekruteerde inderdaad als enige in Europa ongeschoolde Turken. Maar (lees deze zin vooral aandachtig): 

Die rekruteringen stelden eigenlijk niet veel voor. 

In België zijn in totaal amper 14.000 Turken ooit officieel aangeworven via dit akkoord. Al de rest (hoeveel is moeilijk na te gaan, maar we zijn vandaag met bijna 300.000 Turkse Belgen, dus in elk geval de overgrote meerderheid) werd via officieuze weg gerekruteerd. Ze werden geronseld door fabrieksdirecteurs en mensensmokkelaars of reisden op eigen houtje de grenzen van Europa over. 
Maar datzelfde geldt voor de Turken in Frankrijk en in Nederland. Alleen in Duitsland is het aandeel ‘officieel gerekruteerde Turken’ in de migratie hoog (zowat 80 procent), dus daar waren de Turkse migranten wellicht hoger geschoold. Maar niemand die het ooit kan nagaan, want van die officieuze migranten werden uiteraard geen gegevens bijgehouden. Over het verschil tussen die officiële en officieuze rekruteringen schrijf ik uitgebreid in Turkije aan de Leie, dus wie er meer over wil weten: lees dat boek. Het belangrijkste hier is dat er op dat vlak weinig verschil is tussen de Turken in Nederland, Frankrijk en België.

Dus laat u niet wijsmaken dat de Turken die naar België migreerden het laagst geschoold waren van alle Turken in Europa. Daar is geen enkel bewijs voor. Ook dat ze van "meest achtergestelde gebieden" of de "meest achtergestelde dorpen" kwamen (zoals door Vlaamse analisten wel eens wordt beweerd), is op dit moment pure speculatie. 


Een tweede opmerking die ik daarover wil maken is dat dit toch wel erg ver achter ons ligt om als verklaring aan te halen. Begrijp me niet verkeerd: Als historica doe ik niets liever dan verklaringen in het verleden zoeken. Maar stel je nu eens voor dat we dit principe zouden toepassen op de laatste verkiezingen in België. Zou iemand het in zijn hoofd halen het succes van de NV-A te verklaren aan de hand van het opleidingsniveau van onze opa’s en oma’s? Ik dacht het niet. 

En wat met het opleidingsniveau vandaag? Dat lijkt me inderdaad een interessante vraag (ook in verband met de Belgische kiezers van NV-A trouwens, dit geheel terzijde). Zou het kunnen dat de Vlaamse Turken voor Erdogan stemmen omdat ze lager opgeleid zijn dan in andere Europese landen? Alleen scoort Vlaanderen op vlak van onderwijsachterstand niet veel slechter dan Nederland en Duitsland. En bovendien weet ik uit ervaring dat heel wat hoog en zelfs zeer hoog opgeleide Turkse Belgen ook gewonnen zijn voor de AKParti. 

Met andere woorden: met de vermeende achtergesteldheid van de Vlaamse Turken kan het volgens mij niets te maken hebben. Ik denk wel dat er een aantal andere verklaringen te vinden zijn. Ik som hier een paar pistes op die volgens mij het onderzoeken waard zijn. Eens benieuwd wat jullie ervan denken.


Hypothese I: Anatolië in Europa


Een factor die het stemgedrag sterk beïnvloedt, is de herkomst. Dat is overal ter wereld het geval. Ook in Vlaanderen stemmen West-Vlamingen anders dan Gentenaars en Antwerpenaars. In Turkije is dat niet anders en ook in de Turkse diaspora speelt herkomst een grote rol. Heel kort samengevat stemmen ze in het Oosten paars (HDP), in het Westen rood (CHP) en in Anatolië geel (AKP).


Het is goed bekend dat de Turkse arbeidsmigranten van de jaren zestig en zeventig vooral afkomstig waren uit Anatolië, vandaag het grote AKP-gele vlak op de Turkse verkiezingskaart. Turken met wortels in de arbeidsmigratie zijn dus veelal AKP-gezinder dan de gemiddelde Turkse kiezer. Dat laat zich ook zien op de wereldkaart: Landen die in deze periode veel immigratie kenden (zoals Duitsland, Nederland en Frankrijk, maar bijvoorbeeld ook Australië) kleuren geler dan landen die in die periode minder immigratie uit Turkije hebben gekend.
Overwicht voor CHP en HDP zien we vooral in landen die hun Turkse landgenoten pas vanaf de jaren tachtig hebben zien toekomen. In de politiek woelige periode van de jaren tachtig vluchtten vooral linkse activisten (uit de Westkust) en Koerdische mensen (uit het Oosten) weg uit Turkije en kregen ze onderdak in landen als Zweden, het Verenigd Koninkrijk, maar ook in Parijs: gebieden die nu paars en rood kleuren op de kaart.
En dan zijn er nog de landen die vooral in de laatste jaren een toename van de immigratie uit Turkije hebben gezien. Sinds Erdogan 12 jaar geleden aan de macht kwam, is een nieuwe brain drain op gang gekomen uit Turkije van vooral progressieve leken naar ondermeer Canada en de Verenigde Staten. Het verwondert niet dat ook die landen rood en paars kleuren.

Hoe kan dit nu bijdragen tot een verklaring voor het stemgedrag van de Vlaamse Turken? Wel: Van die twee latere immigratiegolven hebben we in Vlaanderen amper iets gezien. In alle andere Europese landen (met name in Frankrijk en Duitsland) zijn in de jaren tachtig grote groepen Koerdische Turken opgevangen, maar niet in Vlaanderen. Ook bij de Turkse braindrainers van de 21ste eeuw lijkt Vlaanderen weinig populair als bestemming. Grootstad Brussel is dat daarentegen wel.  

Zou dit een deel van de verklaring kunnen zijn? Dat er in Vlaanderen niet zo zeer meer AKP gezinde Turken, maar wel minder andersgezinde Turkse kiezers zijn? 


Hypothese II: Erdogan in Hasselt


Het was wellicht niemand ontgaan dat president Erdogan vorige maand Hasselt heeft bezocht. Zowat 20.000 mensen kwamen erop af, niet alleen uit België, maar ook uit Nederland en Duitsland. Ik denk niet dat het AKP-boegbeeld met zijn etappe veel twijfelende kiezers over de streep heeft getrokken, maar wel heeft hij een aantal mensen overtuigd om alsnog naar het stemhokje te trekken.

bron: Belga
Hoewel Turkije stemrecht heeft, kwam liefst 86 procent van de Turkse stemgerechtigde bevolking in Turkije zondag opdagen voor de verkiezingen. Zes-en-tachtig procent! Daar kunnen heel wat Europese democratieën een puntje aan zuigen. Maar goed, in Europa was dat uiteraard veel minder.  Het was voor de Europese Turken ook nog maar de tweede keer dat ze in Europa konden stemmen en de meesten deden dan ook de moeite niet. In België brachten zowat 45.000 Turken hun stem uit in de consulaten van Antwerpen en Brussel. Dat is nog geen derde van de stemgerechtigden. Met zo’n lage opkomst kan je alleen maar concluderen dat enkel de erg gemotiveerde kiezers hun stem uitbrachten.

De meeste mensen zouden er hun luie zetel niet voor uitkomen. Maar als Erdogan ‘himself’, ondanks zijn drukke agenda, op zo’n moment de moeite doet om helemaal uit Turkije naar Hasselt af te zakken om jou te overtuigen... Tja, dan is het begrijpelijk dat veel mensen zich moreel verplicht voelen om dat korte ritje naar Antwerpen te maken voor ‘hun president’. 

Zou het kunnen dat Erdogan met zijn bezoek een aantal AKP-kiezers uit hun zetel heeft gejaagd? Ook in Zuid-Nederland en West-Duitsland haalde hij opvallend veel kiezers. 


Hypothese II: De Vlaamse satelliet


bron: dbnl
Sinds de verkiezingen is president Erdogan opvallend afwezig op de Turkse televisie. In Turkije valt dat zo hard op dat het anti-Erdogan-kamp er meteen een mop van maakte. Een online teller houdt bij hoeveel dagen Erdogan niet op tv is geweest.
Voordien verscheen hij immers zo’n drie keer per dag op tv en ging er amper een journaal voorbij zonder een item over of door de president. Een belangrijk deel van zijn campagne heeft AKP via de media (die zoals bekend niet vrij is in Turkije) gevoerd. Vooral door handig gebruik te maken van de televisie kon de partij kiezers bereiken uit alle hoeken van Turkije én Europa. Want, ook dat is goed bekend, ook in Europa kijken de meeste Turken thuis ondermeer naar Turkse televisie. 

En net daarover heb ik een interessant weetje: Wist u dat de Belgische Turken veel meer naar de Turkse en veel minder naar de lokale televisie kijken dan andere Europese Turken? Er zou daar dringend eens wat meer onderzoek naar moeten gebeuren, maar uit een KBS-rapport van 2007 bleek dat 35 procent van de Belgische Turken nooit naar Belgische tv kijkt (tegenover 28 procent van de Duitse en 17 procent van de Franse). Een recenter Nederlands onderzoek stelde vast dat Turkse Nederlanders het nieuws voor 86 procent op de Turkse televisie volgen. De penetratiegraad van schotelantennes is bovendien nergens in Europa zo hoog als in Vlaanderen.

Zou het kunnen dat de Vlaamse Turken meer Erdogan-gezind zijn omdat ze meer naar de Turkse televisie kijken? Is het zo simpel?



In elk geval gaat het hier om hypotheses. Ik heb geen van de drie stellingen onderzocht, al vind ik ze alledrie het onderzoeken waard. Niet door mezelf, maar misschien door één van jullie. In elk geval hoor ik graag jullie mening!